Van Martinique naar Antigua

De exacte route die we gevaren hebben.

Na ruim 3 maanden in Martinique is het tijd om afscheid te nemen van Zeevalk en te vertrekken. We hadden graag opgevaren met Zeevalk, zij varen naar St. Maarten. Qua planning is dat helaas niet gelukt. Voordat we echt gaan hebben we nog een lijstje af te vinken: PCR test, uitklaren en de eerste inenting. Hier in Martinique mag iedereen een spuitje komen halen. Het blijkt dat mensen toch terughoudend zijn en niet komen opdagen. Omdat er een beperkte houdbaarheidsdatum opzit, kan iedereen aankomen waaien. We vullen een formulier in en mogen meteen mee. Ze zitten hier letterlijk duimen te draaien. Wij kwamen alleen maar informatie inwinnen en een e.v.t .afspraak maken en voor we het weten is de eerste inenting gezet! In Bonaire halen we ons 2e spuitje.

Nog onder kust van Martinique hebben we beet. Een Barracuda!

Er gaan weer twee hele mooie eilanden aan ons neus voorbij. Zomaar een land binnen varen kan helaas niet meer, er staan hoge boetes op. Alles moet aangevraagd worden met de nodige regels waar je aan moet voldoen. Martinique is in lockdown, zo ook het Franse eiland Guadeloupe. Dominica krijgen we na meerdere malen mailen geen contact. Antigua blijkt dan geen probleem te zijn, als je een negatieve PCR test niet ouder dan 72 uur kan laten zien. Het fijne is dan weer dat de testen in Martinique gratis zijn!

Nog een laatste foto door Janet gemaakt. Hier varen we naar open zee.

174 mijl voor de boeg. We varen onder Martinique, Dominica en Guadeloupe door. Hier is de zee lekker vlak. Het nadeel is het gebrek aan wind, vooral onder Dominica. Tussen de eilanden krijgen de wind en zee vrij spel. Het is niet echt comfortabel tussen de eilanden varen maar eenmaal weer in de luwte kunnen we op adem komen, even koken en het zout van ons af spoelen. We hebben een aan de windse koers en dat zorgt voor de nodige spray, door golven die tegen de zijkant botsen. Met een rif in het bezaan en de fok varen we voortdurend 7 knopen of meer. Eenmaal onder Guadelope gaat de snelheid er snel uit totdat we helemaal in een windstilte zitten. Veel regen maar wel een mooie regenboog! De motor gaat aan, die ons uit de windstilte brengt.

Voor de kust van Guadeloupe in de Caribische zee!

We willen Guadeloupe schampen om zo hoogte te winnen om koers te zetten naar Antigua. Deze hoogte hebben we nodig vanwege de stroom die ons weg gaat zetten de komende 40 mijl. We moeten blijven prikken en niet te veel weg geven. Vanwege de zee die omhoog komt bij Guadeloupe met de zeebodem die hier nog ondiep is, zorgen voor hoge golven die kort op elkaar zitten. De boegspriet verdwijnt geregeld helemaal onder water. Choctaw heeft geen tijd om snel omhoog te komen als de volgende golf zich aan dient en het hele voordek onder water zet. We kijken elkaar aan en denken het zelfde, zal het binnen nog droog zijn? Toch maar even inspecteren dan, als Choctaw als een bokkend paard te keer gaat. Het is droog! Kan het bijna niet geloven. Ons tripje naar Engeland in 2016 was een heel ander verhaal, toen regende het binnen. Blij verrast dat we het nu echt gewonnen hebben van al die lekkages.

Ondergaande zon een uur voor aankomst Antigua.

Eenmaal vrij van het eiland worden de golven vriendelijker en geven ze Choctaw de ruimte om over de toppen van de golven te klimmen, om er dan weer gemoedelijk van af te glijden. We hebben al wel zicht op Montserrat, omdat dit eiland hoog is. Antigua laat nog even op zich wachten. Als we Antigua dan eindelijk zien kunnen we ook een beetje afvallen, niet te veel want we willen het niet weg geven. Anders moeten we het laatste stukje laveren. Inmiddels weten we ook dat we niet bij dag licht aankomen, wat vaak bij ons het geval is! Omdat we al eerder in Antigua zijn geweest, hebben we er een goed beeld bij. De ingang is goed beboeid en de geleiden lichten die op de berg staan geven ons de juiste doorgang weer. Eenmaal binnen zoeken we een ankerplekje, er is genoeg omgevingslicht om de andere schepen te zien liggen. Toch altijd weer spannend!

Daar ligt Choctaw voor anker in de Freeman’s Bay

Choctaw en Zeevalk langs de oostkust van Martinique

In Suriname borrelt het idee al om samen langs de oostkust van Martinique te gaan varen. Eenmaal in Martinique laat dat nog even op zich wachten mede door motorpech, levertijd op een dinghy en de weersvoorspelling die niet mee zit. Zeevalk krijgt tips van een Fransman die hier al 30 jaar rond zeilt, in de Franse pilot laat hij bijzondere ankerplekjes zien. De oostkust is de ruwe kant van het eiland. Het advies is om dit met rustig weer te doen. Na lang wachten is nu dat moment aangebroken. Het meest lastige stukje is, om de zuidkust heen te komen maar voor we dat doen gaan we voor anker bij Ilet Cabrit, het zuidelijkste puntje van Martinique.

Ilet Cabrit

We varen alle toeristische stranden en anker baaitjes voorbij. Achter het eilandje Cabrit lig je rustig voor anker maar je moet eerst nog wel even goed navigeren. De pilot en navionics kaart geven niet hetzelfde weer. Wij knijpen hem want volgens de Franse pilot kunnen wij niet door de doorgang die tussen twee riffen ligt. De Zeevalk met hun ophaalbare kiel bijten het spits af. Het blijkt dat de navionics kaart het bij het rechte eind heeft, dat geeft vertrouwen. Dat houdt in dat, met wat wij lezen op de diepte meter klopt met de kaart en zo liggen we in een hele stoere ankerbaai omringd door riffen. Een privé baai voor ons tweeën. We blijven hier 2 nachtjes, we maken een wandeling en een bezoeken het eilandje met vuurtoren en maken natuurlijk mooie kiekjes van onze bootjes!

Één van de redenen om hier twee nachtjes te zijn, is om dat de wind gunstig draait voor ons. We hoeven nu niet aan de wind te hakken om de zuidkust te ronden maar met een halve windse koers, dat is maar goed ook want de zee wordt hier opgestuwd wat vervelende golven geeft. Laat staan als je hier met veel wind langs moet. We behouden met deze koers snelheid en Choctaw baant zich een weg door deze klotsbak.

Ilet Petit Grenade

We varen voorbij Le Vauclin en gaan voor anker bij Ilet Petit Grenade, ook weer door een smalle doorgang omringd door ondieptes. Het vertrouwen groeit vooral omdat de navionics kaart heel betrouwbaar is in dit gebied. We varen bijna blind op de kaart met één oog gericht op de oceaan die verschillende dieptes in kleur weergeeft. Donkerblauw is diep genoeg, helderblauw gaat ook nog maar bruin is een no go! Er zijn verschillende mooie ankerplekjes maar we kiezen een plekje op de wind want helemaal zonder wind is niet uit te houden.

Vissen op de ouderwetse manier zonder motortje

Vroeg in de ochtend ga ik met Janet in de dinghy naar het dichtstbijzijnde dorpje, opzoek naar vers stokbrood. We vragen in ons gebrekkig Frans en Engels naar een Boulangerie. Geen bakker, wel een heel klein mini supermarktje met vers stokbrood. Omdat de weg uitleggen leggen lastig is, pakt de man een potlood achter zijn oor vandaan en vind een oud badkamertegeltje waar hij de route voor ons op tekent. Zes stokbroden rijker lopen we via een ommetje terug. Ontbijt op de Choctaw en overleg wat onze volgende bestemming wordt!

Vers stokbrood!

Ilet Oscar

Blue Lagoon

We varen naar een eilandengroep vlakbij Le Francois. We moeten om de eilandjes Ilet Oscar en Ilet Thierry heen om ondieptes en riffen te ontwijken. Eenmaal achter deze riffen liggen we rustig voor anker met een constante zeebries van open zee. Tijd om de onderwaterwereld te verkennen. We komen er al snel achter dat het hier onderwater anders is dan aan de zuidkust. Akko gaat dit keer mee snorkelen en met de dinghy varen we om het eilandje heen. Al snel zien we twee grote roggen. Je kunt merken dat dit de ruwe kant is, het water is lang niet zo helder. We komen uit op een kleine blue lagoon tussen de twee eilandjes in. Onderwater is alles groot, het rif loopt stijl naar beneden en soms is het best spannend vergeleken met de zuidkust waar je in een gemoedelijke overzichtelijk gezellig aquarium snorkelt.

Onderwater wereld aan de oostkust.

Loup-Garou

Zeevalk en Choctaw voor anker bij Loup-Garou

We besluiten om niet langer te blijven op deze ankerplek want er ligt een onbewoond eiland op ons te wachten 5 mijl uit de kust, Het eiland Loup Garou, niet meer dan een handje vol palmbomen en een wit bounty strand. Hier gaan we voor anker. Geen plek om te overnachten maar wel een leuke stop voor een snack en een biertje. Al roeiend in Myott maak ik foto’s van onze scheepjes, als Akko en Janet naar het eilandje zwemmen. Hans neemt koude biertjes mee in de Dikdak. “Op een onbewoond eiland, daar zou ik willen zijn” Het is genieten!

Gebrek aan palmbomen!

Ilet Madame

Hans heeft dan onze eindbestemming voor deze dag al in kaart gezet. Ongeveer 5 mijl varen, ook nu weer achter een eiland omringd door rif. Het is echt heel vreemd dat we hier zo rustig liggen aan de ruwe kant van het eiland en het gebulder van de zee hoor je stuk slaan op het rif, waar wij in vlak water strak achter ons anker liggen. Janet en ik gaan er weer op uit. Hans brengt ons met de dinghy naar het rif. Het rif is is hier vlak en heel ondiep, soms maar 20 cm water. We houden ons buik in en zwemmen met een grote boog om hele dikke zeekomkommers heen. Uiteindelijk vinden we een doorgang aan de rand waar het rif stijl naar beneden loopt. De tijd vliegt voorbij en met de stroom mee zijn we zo een eind weg van onze ankerplek. Als we omringd worden door visfuiken met boeitjes, krijg ik het benauwd. Ik wil terug, het blijven enge dingen, iets wat niet thuis in de zee hoort. Terugzwemmen lukt niet vanwege de stroom. Een doorgang zien we niet en het is te gevaarlijk om over het rif heen te zwemmen, het steekt nog net niet boven water uit en met een golf wordt je er zo op gezet. De zee wordt wilder, hoe verder we bij onze ankerbaai vandaan gaan. Janet zwaait nog naar een visser, die langs vaart in de hoop dat hij ons even over het rif zet maar hij zwaait vrolijk terug en vaart verder. Toch maar op zoek naar een doorgang, ik probeer het een keer en door een golf voel ik dat ik er heen wordt geduwd, snel zwem ik terug. Als we veel waaier koraal zien, is dit onze kans. We flipperen over het waaier koraal, wat door de golven heen en weer wordt gewiegd. Het is een prachtig gezicht. Als we ineens weer zand en zeegras onder ons hebben, zijn we op bekend terrein en ben ik blij om weer zeekomkommers te zien.

Baie du Tresor

De volgende ochtend gaan we met een zelfgemaakte chocoladecake naar de Zeevalk om Janet haar verjaardag te vieren! Na de koffie gaan we anker op en varen naar de laatste ankerbaai om daarna een grote slag te maken naar St Pierre. Deze ankerbaai ligt mooi beschut en zal het laatste rustige nachtje worden. We gaan met de dinghy’s op pad op zoek naar een mooie snorkelplek, alleen die vinden we helaas niet. Het blijkt dat in deze baai niet gevist mag worden en ankeren is ook verboden, alleen de Franse pilot en navionics kaart zijn het hier niet met elkaar over eens. We besluiten om te blijven liggen.

Opzoek naar een snorkelplek over de ondieptes.

St Pierre

St Pierre

We hebben 40 mijl voor de boeg. Om hier weer weg te varen moeten we om de landtong heen, daarna kunnen we ruimer gaan varen. Langs de noord-west kust zien we een walvis, dolfijnen en schilpadden. De vislijn die ik al van af het begin van onze tripje uithang als we zeilen, zorgt niet voor een lekker avondmaal. Dat neemt niet weg, dat het langs deze kust prachtig zeilen is. Hoge kliffen, groene bergtoppen en de Pelee die zijn krater even laat zien en verdwijnt dan weer in een dikke wolk. Onderaan de kliffen liggen zo nu en dan kleine zwarte strandjes met een paar palmbomen, heel verleidelijk om hier te gaan ankeren. Na een lange zeildag komen we aan in St. Pierre, de ankerplaats is beperkt vanwege de diepte. Ik zie mijn nachtrust in rook op gaan want er staat een mega swell. Als de zon in zee zakt gaan de toplichtjes aan, ze dansen om ons heen. De een zwaait nog harder heen en weer dan de ander. Ik snap werkelijk niet hoe mensen zo kunnen slapen. Je raad het al, we zijn de volgende ochtend beide niet aanspreekbaar en willen hier zo snel mogelijk weg.

Anse Noire

Al vroeg in de ochtend is de Zeevalk al ankerop, wij volgen niet veel later. Wij blijven dicht bij de kust, geen wind maar wel kans op vis hopen we. De Zeevalk kiest om de wind op te zoeken en kiest het ruime sop. Als we bij de baai van Fort de France zijn, hijsen we de zeilen voor een uurtje. Via de marifoon heb ik even contact met Janet, ze hebben besloten om een lange slag te maken naar Le Marin en niet te stoppen in Anse Noire. De Zeevalk heeft een deadline, ze gaan eruit voor nieuwe anti fouling en moeten op tijd terug zijn. Helaas geen vis maar lekker voor anker in Anse Noire maar niet voor lang. Deze baai is niet zo groot en de wind komt uit alle hoeken. Als er te veel bootjes liggen kun je maar weinig ankerketting uitzetten omdat iedereen een ander kant op draait en je zo ineens kont aan kont ligt zodat je bijna kan overstappen naar je buurman. Die dag zijn er veel windvlagen, een bui verrast ons met 30 knopen wind en blaast ons over het anker. Onze zonnetjes scheurt dwars doormidden en de tentstokken vliegen ons om de oren. In de tussentijd komen de rotsen wel heel dichtbij. Als ik probeer de rondvliegende tentstokken te temmen, start Akko de motor. Het anker pakt weer, maar liggen wel dicht op onze buren. Het is hier gewoon te druk, we gaan iets verderop een andere ankerplek zoeken.

Ilet Ramiers

Achter een eilandje met een ford gaan we voor anker. Het is geen beschutte ankerbaai. We liggen op de wind en stroom maar die komen uit dezelfde richting, geen golven en dat zorgt ervoor dat we hier heerlijk liggen zonder buren. Op onze weg hier naar toe zagen we een privé baaitje en zijn op onderzoek gegaan met de dinghy om te kijken of we hier kunnen gaan liggen. Na een rustig nachtje achter het ford, gaan we even verderop om boodschappen te doen. Er staat hier veel swell en gaan hier zo snel mogelijk weer weg. We doen een poging om naar ons privé ankerbaaitje te gaan maar die lijkt bezet door een motorbootje. Akko probeert nog even naar binnen te varen om te kijken hoe dat gaat en zijn er nu heel zeker van dat we hier willen gaan liggen. Toch maar weer een nachtje bij het eilandje Ramier voor anker om de volgende dag het privé baaitje in te pikken!

Privé baaitje

We liggen geankerd aan drie lijnen, best spannend om hier naar binnen te varen. Dat was zeker even een voorbereiding voordat we echt vast lagen. Voor het eerst stuur ik Choctaw alleen, als Akko met de dingy het hekanker gaat voorbereiden. Als de kapitein terug is op zijn schip vaart hij Choctaw achterwaarts naar binnen, waar ik een drijvende lijn op moet pikken. Dit lukt bij poging twee omdat de lijn niet lang genoeg bleek. Als het hekanker vast zit, loop ik naar voren om het hoofdanker neer te laten. Nu gaan we de lijn van het hekanker aantrekken zodat het hoofdanker in kan graven. Nu kan er niet zoveel meer mis gaan, we liggen strak tussen twee ankers. Voor een goede nachtrust leggen we ons mantus anker er ook bij en liggen nu in het midden van een driehoek aan lijnen ankervast! Wow wat is deze plek mooi en fijn! Je hoort het klotsen van de zee tussen de kloven van de bergen, vogeltjes vliegen af en aan en pelikanen plonzen in het water naar een lekker hapje. Tijd voor de hangmat! Die hebben we al sinds ons vertrek nog nooit gebruikt omdat we daar nog niet de juiste plek voor hadden gevonden.

Na drie dagen houden we voor gezien, als blijkt dat dit een plek voor de locals is. We worden nog net niet weggejaagd maar volgens deze Fransman moet je wel ballen hebben om hier te gaan liggen. Het is niet helemaal duidelijk geworden of dat het invaren zo moeilijk is of omdat we een weekend lang deze plek bezet hebben gehouden voor de stoere mannen met hun motorbootje, die hier naar toe komen met hun vriendinnetje!

Grande Anse

Even een baai verder op, het is niet de moeite om een zeiltje te zetten. Hier ligt Ningyo, de catamaran van Rob en Hanneke! In Grande Ans wordt je verzocht om aan een mooring te gaan liggen. Niet ons ding. Hoe werkt dat ook alweer, in Engeland was dat voor het laatst. Rob staat al klaar met zijn zwembril om naar een mooring te zwemmen en er een lijntje voor ons doorheen te halen, makkelijker kan het niet. Niet veel later zitten we aan de borrel bij de Ningyo. Een leuke dag met lunch, avond eten, snorkelen en zwemmen. Voor het eerst ga ik zonder mijn snorkelbuddy op pad. Een paar weken geleden had ik dat echt niet gedaan want samen is minder spannend en leuker. Al weken zijn we op zoek naar een octopus en nu zie ik er één. Ook veel schildpadden, murene, zeespin. Als ik samen met Hanneke naar het strand zwem zie in heel veel zeesterren! We blijven maar een nachtje en willen dan terug naar St Anne! Het voordeel van een mooring is dat je je anker niet hoeft op te halen en kan je heel makkelijk je zeilen hijsen zonder motor. Lijntje los en zeilen maar.

Voor een tweede keer varen we langs de diamant rock maar nu gaan we er tussendoor, de wind is gunstig maar met windvlagen. Na de rots draait de wind en wordt het laveren. We gaan weer voor anker op onze favoriete ankerplekje naast de Zeevalk. Nu is het rondje Martinique echt compleet!

Choctaw zeilt langs de zuidkust van Martinique

Ankerplak, ken je dat? We liggen op het mooiste ankerplekje in Sainte Anne. We liggen hier met een paar bootjes aan het einde van de landtong, meer ruimte is er ook niet. In de vaargeul naar Le Marin staat meestal wind en maakt het een ideale locatie om te kiten en op nog geen 50 meter ligt Choctaw in de luwte van de landtong voor anker. Heerlijk zwemmen, snorkelen en kiten, elke dag weer.

Choctaw on fire!
“Choctaw zeilt langs de zuidkust van Martinique” verder lezen

Ik en de Atlantische oceaan

In mijn wacht zie ik de zon op komen

Voor ons vertrek 1 Juni 2019, verslind ik alle boeken die gaan over zeilreizen en droom ik over verre reizen op eigen kiel. Probeer ik me zoveel mogelijk in te leven in de schrijvers. Hoe om te gaan met klapperende zeilen door gebrek aan wind, een boot die 24 uur per dag beweegt of die oneindige oceaan met de zon en de maan die elkaar afwisselen. Ik denk dat veel zeilverhalen in grote lijnen op hetzelfde neer komen maar dat ieder het op zijn eigen manier beleefd. Het ene schip gedraagt zich beter op zee dan het ander, waardoor de beleving totaal anders kan zijn of het verschil tussen bemanning of kapitein zijn. Ik wil je meenemen in mijn oceaanoversteek, hoe ik het beleef en ervaar met mijn kapitein.

“Ik en de Atlantische oceaan” verder lezen

Het Noorden van Martinique.

Monte Pelèe

Alweer bijna 2 maanden geleden kwamen we hier aan in Martinique met kapotte motor. Die doet het inmiddels weer! Nu is er ruimte en tijd om het binnenland van Martinique te gaan verkennen, samen met Hans en Janet van de Zeevalk. De auto hebben we al, nu nog een huisje! We vinden iets betaalbaars via airbnb. Een huisje aan de voet van de vulkaan Mont de Pelèe in het dorpje Le Morne-Rouge. Wat we nog niet weten is, dat dit dorpje last heeft van een microklimaat. Het koudste en natste plekje van Martinique! Niet getreurd zegt onze gastheer, zodra je het dorpje uit rijdt verder richting het Noorden is het warm en droog. 

“Het Noorden van Martinique.” verder lezen

Suriname – Martinique, Dag 2: Nog steeds op de rivier

We willen rond een uur of 1 vertrekken en kunnen de dag dus rustig opstarten om de laatste klusjes te doen, denken we. Om half 10 paniek bij de Zeevalk aan boord, ze zijn opzoek naar de herkomst van een piepje. Het wordt gelukkig gevonden. Om een lang verhaal kort te houden: er moeten 2 nieuwe accu’s komen.
Akko en Hans ontfermen zich over dit stukje techniek. Terwijl er gewacht wordt op de levering van de Accu’s, ga ik de mast in voor een check, alles is in orde. Zodra de mannen de klus geklaard hebben en een koud biertje drinken. Zitten Janet en ik nog achter de meeltorretjes aan die zich op een onmogelijke plek hebben verstopt. Uiteindelijk krijgen we hierdoor toch onze zin en blijven we dus een dagje langer in Suriname! Morgen gaan we voor de herkansing.

Suriname – Martinique, Dag 1: Vertrek valt zwaar

Het is een druilerige ochtend. Dat past bij ons gevoel met het vertrek uit Marina Resort Waterland waar we 2 maanden hebben gelegen en het hele park nagenoeg voor ons zelf hadden met het gezelschap van het personeel, hondjes, luiaards en vogels. Janet en ik proberen bij de mannen of we nog niet een dagje langer kunnen blijven, maar helaas niet gelukt. We hebben blijkbaar last van havenplak. Eenmaal los is het gevoel over en hebben we zin om een nieuw gebied te gaan ontdekken, de Carieb. We gaan koers zetten naar Martinique! Voor we de oceaan op gaan, ankeren we samen t.h.v. peperpot om nog de laatste klusjes af te ronden. We gooien ons anker uit precies rond borreltijd, komt dat even goed uit!
De schorpioen vaart mee om ons uit te zwaaien en nodigt ons uit om met zijn alle bij hun aan boord nog wat te eten. We maken het niet te laat en duiken vroeg ons bedje in.

Op eigen kiel de rivieren op!

Suriname brug

Tussen Nieuw Amsterdam en Meerzorg voor anker.

Samen met Zeevalk bereiden we ons voor. Het is dan geen oceaan oversteek maar het heeft toch enige voorbereiding nodig. Genoeg diesel want er zal niet veel gezeild worden, water tanken, bevoorraden en de route uitstippelen. We hebben met stroming en getij te maken en daar willen we efficiënt mee omgaan. Om te vertrekken uit Waterland hebben we nog een klein beetje stroom tegen om tijd genoeg te hebben om voor het donker op de eerste ankerplaats uit te komen en het helpt ons ook om de ligplaats uit te varen, we stromen er namelijk gewoon uit. Gaandeweg krijgen we steeds meer stroom mee en halen we onze bestemming voor het donker. De Zeevalk meert bij ons aan. Het stroomt hier hard en door de beweging van het water wat tussen de schepen lekker, klotst is het net of we varen. Janet had onderweg al gekookt en we kunnen zo aanschuiven bij de Zeevalk! Als we ons bedje opzoeken worden we om 02:00 wakker van de schepen die langs varen en er voor zorgen dat Choctaw en Zeevalk ongecontroleerd aan hun lijnen rukken. Zeevalk besluit om op eigen anker te gaan en laat zich met de stroom mee zakken. De tweede helft van de nacht slapen we goed.

Cotticarivier

Alliance

We willen nu ook graag weer de stroom mee hebben op de Commewijne rivier. Dat houd in dat we bij kentering bij de monding moeten zijn en ook nog een beetje stroom mee op de Surinamerivier. Bij de monding zien we dolfijnen en doen de motor uit om zo een poosje naar ze te kijken, in de hoop dat ze wat dichter bij komen. Deze rivier dolfijnen hebben een roze buik! Als we de Commewijnerivier op varen hebben we de beloofde stroom mee. Helaas regent het de hele dag en klaart het pas in de avond op. Beetje bewolking en regen is wel aangenaam dan de hele dag de zon op je hoofd. We varen naar het dorpje Alliance wat in de Matapicakreek ligt. Op de Commewijnerivier gaan we voor anker. Beide laten ons anker zakken, de Zeevalk eerst en wij laten ons afzakken en trekken de schepen met twee lijnen naar elkaar toe. Als we net besloten hebben wat we gaan eten komt er een klein visbootje recht op ons af varen en vaart een rondje om ons heen, een beetje intimiderend maar al gauw blijkt dat mannen een praatje willen maken en we krijgen vis cadeau!

“Op eigen kiel de rivieren op!” verder lezen

“Suriname”

Marina resort waterland

De eerste week staat in het teken van opruimen, schoonmaken, wassen en papierwerk regelen. Dat doe je dan eventjes, maar na 11:00 uur lopen de zweetdruppels waar ze niet gaan kunnen. De rem gaat erop maar het blijkt zeker een geruststelling als alles aan kant is. Binnen 48 uur inklaren is onmogelijk in de Pandemie en lijkt bij de instanties ook geen prioriteit. Het visum is in oktober al aangevraagd en is nog steeds niet geregeld, als we goed en wel in de haven liggen. Zonder visum kun je ook niet inklaren en na drie dagen is er nog geen nieuws, dan begint dit ook een soort van quarantaine te worden.

We besluiten zelf achter het visum aan te gaan en een taxi brengt ons naar verschillende adressen. Eerst naar de B.O.G. voor een gezondheidsverklaring en als we kunnen aantonen dat we 18 dagen op zee zijn geweest, is het snel geregeld. Het volgende adres is de V.B.A. bij het ministerie van buitenlandse zaken. We moeten de persoon in kwestie achter de broek aan zitten. Als hij in de gaten krijgt dat hij zijn werk niet heeft gedaan, wordt het over gedragen aan een collega en hebben we binnen 5 minuten het visum in handen. We zijn te laat voor immigratie want de ambtenaren stoppen op vrijdag om 14:00.

Nu we het visum hebben, regelen we met Zeevalk een huurauto, na het weekend komen zij uit quarantaine van 10 dagen en gaan we samen op pad. Zij voor een gezondheidsverklaring en wij voor onze stempels. De stempels blijken maar 1 maand geldig, terwijl we een visum van 2 maanden hebben. Voor verlenging moeten we dus naar de vreemdelingenpolitie. We stellen deze bureaucratie maar even uit. Het is tijd om leuke dingen te gaan doen!

Paramaribo

We gaan naar de stad en zien veel vervallen houten huizen, die op het Unesco werelderfgoed staan. Er is geen geld om het te onderhouden of te restaureren. Huizen zijn overwoekerd met klimop en verf valt van de gevels, straten zijn slecht onderhouden maar toch heeft het ook zo zijn charmes. Na wat rond gelopen te hebben krijgen we trek. Akko heeft het al over roti tijdens ons vertrek uit Kaapverdië. Joosje staat bekend om zijn lekker roti, daar gaan we heen. Zeevalk is om, na een slechte ervaring met roti. Met ons vieren smullen we van de roti en likken onze vingers erbij af want dat schijnt zo te horen bij roti. We gaan hier zelf een tweede keer heen! Zo lekker……..

Waterkant van Paramaribo.

Resort Waterland

Waterland beschikt over 15 ligplaatsen en heeft 8 huisjes op het resort staan. Zodra je de steiger af loopt, waan je je meteen in de jungle maar dan met aangelegde paden. Ze hebben de natuur zoveel mogelijk behouden. Omdat er nu geen toeristen zijn, hebben we het resort voor ons alleen en hebben zo gezellige borreluurtjes in de lounge. Samen met Janet lopen we regelmatig over het park met onze camera paraat en zien we veel vogelsoorten, vlinders en luiaards. Een vliegende kolibrie vastleggen met camera staat nog op de bucket list!

Een bezoek aan de Joden Savannah en Blaka Watra

Ingestorte brug

De joden savanna ligt aan de overkant van de rivier. Als we met ons vieren op pad gaan komen we bij een brug die is ingestort. Google verwijst ons om terug te rijden. Moeten we echt helemaal omrijden? Nu we hier toch zijn nemen we een kijkje op de brug. In Nederland zou dit hermetisch afgesloten worden voor mensen zoals als wij want we kunnen het niet laten om bij de rand te gaan kijken waar de brug is ingestort. Verwrongen metaal en een deel van het betonnen wegdek hangt nog naar beneden. Naast de brug wonen mensen en met wat navraag kunnen we verder rijden naar een nieuwe brug. Deze ingestorte brug is pas in 2007 gebouwd en vlak voor de opening van de brug is er een vrachtschip met zand tegen aangebotst en ingestort. Nu is corruptie ook weer aan de orde want niemand wordt aansprakelijk gesteld en blijft het zo liggen en wordt er 5 km verderop een nieuwe gebouwd.

Het laatste stukje Synagoge
Joods graf.

Een wandeling van 15 min. door het bos brengt ons bij joden Savannah wat sinds 1832 niet meer permanent wordt bewoond door de joden, die hier een suikerrietplantage opzetten en slaven voor ze lieten werken. In 1669 kregen de joden toestemming om een eigen gemeenschap op te zetten met synagoge en begraafplaats. Het verschil tussen de joden en en de slaven begraafplaats is duidelijk te zien. De ruïne laat nog het fundament zien van de synagoge en wat het zo mysterieus maakt, is dat de natuur het overneemt. Alles is begroeit met mos en klimop, bomen blijven groeien en zorgen dat graven omhoog worden geduwd. Het is vreemd om hier grote blauwe vlinders te zien vliegen maar maakt het ook bijzonder. Na ons bezoek laten we het vredig achter en gaan op zoek naar Blaka Watra (het zwarte water). Het is een kreek die uitmond in een klein meertje waar ze een badplaats hebben gemaakt. Het is gesloten maar we gaan toch een kijkje nemen en kunnen het niet laten om een verkoelende duik te nemen in het zwarte water! De kleur komt door de afzetting van rottende bladeren en takken die op de bodem liggen.

Blaka Watra

Peperpot nature park

Het is één van de oudste koffie plantages en ligt aan de rechter oever van de Suriname rivier. De laatste jaren is er hard gewerkt aan de restauratie van de gebouwen. Dit is één van laatste plantages die te bezichtigen zijn en je kan er wandelen door het natuurreservaat, wat van ouds de plantages waren. Voor we hier naar toe rijden gaan we over de beroemde Suriname brug (Jules Wijdenboschbrug), de highlight voor Akko deze dag! Ook nu weer zijn we de enige bezoekers aan het park en dat maakt het wel speciaal. We zien verschillende apen die nieuwsgierig maar op gepaste afstand ons aan het bestuderen zijn, al springend en hangend door de toppen van bomen slingeren ze over ons heen. De mannen lopen voorop als Janet en ik met onze camera mooie plaatjes schieten. We lopen door naar de Peperpot plantage waar een koud Parbo biertje op ons staat te wachten. Terug lopen doen we niet want Janet had besloten om slippers aan te trekken in haar vlinder outfit! De planning was om naar de vlindertuin te gaan maar door Covid-19 is het gesloten. Er wordt ons een lift aangeboden door een aardige meneer die ook op het terras zit. De dames mogen achter in de pick-up, zittend op een grote koelbox, vanaf hier hebben we een mooi uitzicht en zien veel vogels!

Overnachten op Bigi Pan

Stephanie Ecolodge (Huis op Neuten)

We rijden naar het Noordwesten van Suriname, een aardige trip van ruim 4 uur. Bigi Pan is een grote lagune met brakwater, bij uitstek een prima gebied voor trekvogels. Er is veel vis en beschutting, ook het gedeelte met dode bomen die het brakke water niet hebben overleeft is een perfecte plek voor roofvogels en pelikanen maar ook flamingo’s en rode ibissen. De lange autorit is geen straf want we zien veel variatie van landschappen en leuke dorpjes. Zo rijden we langs Wageningen, Groningen en Boskoop en gaat het landschap over in poldergebied. De koeien en tractors doen ons geloven dat weer even terug in Nederland zijn. Tijd voor koffie! We stoppen bij een oude steenfabriek, waar we een schafttafel zien in de schaduw! We worden al snel opgemerkt, we krijgen een kleine rondleiding en ze willen graag met ons op de foto. Als we aankomen in Nigeria staan onze gidsen Tirran en Carolien ons op te wachten. We worden twee aan twee naar een zij tak van een rivier gebracht vanwege het lage water.

Klunend naar de ander kant

Als klunend gaan hier de korjaal bootjes over heen om in dit riviertje te komen. Met een korjaal volgeladen gaan we 8 km de riviertjes op, om uit te komen in de lagune. We krijgen uitleg over de verschillende mangroven en vogelsoorten. Aangekomen op de lagune zien we de ecolodge, deze staat midden in lagune op palen. Ook nu weer hebben we de ecolodge voor ons zelf en wordt er door Carolien verschillende Surinaamse maaltijden gekookt die fantastische smaken. We gaan verschillende keren het water op en zien flamingo’s en rode ibissen maar ook pelikanen die op jacht zijn en in het water plonzen om naar een vis te happen. Met de ondergaande zon varen we terug naar lodge om soep te eten. Als het donker is, gaan we nog op zoek naar kaaimannen en slangen. We zoeken naar oogjes die oplichten door de zaklamp. Helaas vinden we geen kaaimannen maar wel een slang, het mag de pret niet drukken want we vinden het al spannend genoeg als er zo nu en dan een vis aan boord springt en we het op een gillen zetten! De volgende ochtend zetten we een visnet uit met Tirran, die we later weer ophalen met 17 Tilapias die klaargemaakt worden voor de lunch. Deze ochtend valt er alleen maar regen, als het opklaart worden we weer teruggebracht. We drinken met Caroline en Tirran nog een afscheidsbiertje en bedanken ze voor hun inzet. Onderweg in de auto komen we nog rode ibissen tegen, even stoppen voor een foto!

Flamingos!
Rode Ibus!

“Zeven maanden in Kaapverdië”

Versleten quarantaine vlag

Een versleten quarantaine vlag en ons 2e gastenvlaggetje vertoont ook alweer slijtage. Normaal is het niet gebruikelijk dat je gele sein vlag slijt. Voor Covid19 kon je gewoon een land binnen varen en dezelfde dag nog inklaren. Je gele vlag zag misschien 24 uur het dag licht en werd dan weer netjes opgeborgen voor het volgende land dat je bezoekt. Dat zal nu in deze tijd elke keer een uitdaging worden, iets waar we mee om moeten leren gaan.

Onze quarantaine tijd incl. de lockdown duurde 70 dagen. Dat doet iets met de mens of je het nu wil of niet. Het is een test voor je relatie maar ook voor jezelf. Als zeilers onderling help je elkaar en probeer je er het beste van te maken. Omgaan met onzekerheid, angst, verveling, onrust etc. We hebben het doorstaan zoals vele van ons! Een lockdown heeft ook zo zijn voordelen. Klussen die al heel lang liggen omdat het heel veel tijd kost worden nu opgepakt! Als mens moeten we altijd iets nuttigs te doen hebben, vinden we, anders is onze dag verloren maar in een lockdown wordt je gedwongen om niks te doen en dat moet je leren accepteren. Zo leest Akko na jaren weer een boek en maak ik me druk om plastic tasjes waar je vast wel iets mee kan maken!

““Zeven maanden in Kaapverdië”” verder lezen